Zoeken: 
  >>> Deze website aanbevelen  Français   Deutsch   
Onthaal Contact Links Achtergronden Plan-Regio Weerbericht Agenda's Folders Configuratie ?

Kasteel GRAAF / STREVERSDORP - Montzen (V.V.V. Drie grenzen)
Ontdekking - De kastelen - De kastelenroute  KASTEEL GRAAF / STREVERSDORP  Printervriendelijk
List van de kastelen

 

KASTEEL GRAAF / STREVERSDORP (Montzen).

Men noemt het tegenwoordig ook wet kasteel de Graaf, een naam die uit een moderne tijd dateert.

Om Streversdorp te bereiken, moeten we aan het begin van de weg van Henri Chapelle naar La Calamine de weg nemen die door het gehucht Birken naar Montzen leidt. In Montzen steken we het dorpsplein schuin over en nemen de weg naar het dorp Hombourg. Na ongeveer 300 meter slaan we linksaf (vlakbij een klein kapelletje) en volgen deze weg wederom 300 meter. Hier slaan we linksaf, waarvoor we een hok moeten openen dat de afscheiding van een wei vormt.

Op deze plek begint de lange privéweg die, nadat we voorbij een drie hectare grote vijver zijn (die gedeeltelijk overwoekerd wordt door riet en biezen), plotseling rechtsaf buigt en uitkomt op een binnenplaats van een boerderij, geflankeerd door twee grote parallel ten opzichte van elkaar liggende gebouwen. Het gebouw aan de rechterkant komt aan de noordzijde uit op een fraai kapelletje met kleine klokkentoren. Boven de ingangsdeur is een gevelsteen ingebracht met daarop de wapens van de families Belderbusch en Westrem.

Vóór ons een beetje verscholen achter enkele lindebomen, ligt kasteel Streversdorp, in de beschutting van de brede grachten waaroverheen een gemetselde stenen brug loopt, met in het verlengde daarvan nog een kleinere brug die de ophaalbrug vervangt. Het is een echte middeleeuwse, versterkte burcht, sober en ruw.

Als door de tijden heen de talrijke eigenaren de kenmerken van deze burcht hebben veranderd, dan is dat zeker niet met de zorg gebeurd die het kasteel verdiende. Als we er aan de linkerkant omheen lopen vinden we aan de zuidwestvleugel de hoofdtoren, bestaande uit grijze en bruine bouwstenen, met aan de oostkant een hoge brede schoorsteen. Aan de westkant is het metselwerk gerepareerd met bakstenen. De kegelvormige spits die met leisteen is bedekt, is in zéér slechte staat. Ofschoon de westgevel zéér oud is, verdiend deze geen speciale aandacht. De tweede ronde toren aan de noordwestvleugel die veel lager is, is evenwel zeer fraai. Hij heeft een platte spits (eveneens in slechts staat) en aan de noordzijde overblijfselen van erkers. Naar het schijnt was deze toren vroeger net zo hoog als de andere, maar nadat hij door brand of instorting was verwoest, herbouwde men deze toren nog slechts, tot aan de huidige hoogte.

Beide torens schijnen uit de zestiende eeuw te dateren. De hoge en brede noordgevel van grijze steen wordt prachtig versierd door geel/bruinachtige korstmossen. Drie erkers die totaal vervallen zijn, zijn aan deze gevel vastgebouwd. Ter hoogte van het dak, aan de linkerkant, zien we duidelijk de overblijfselen van een schietgat en zes kantelen die dichtgemetseld zijn of waarvan vensters gemaakt zijn. Bovendien vinden we aan deze kant ook een tweede buitengracht, die tegenwoordig drooglegt. We gaan nu over de dijk. die de grachten aan de oostkant scheidt van de bovengenoemde vijver. Het centrale gedeelte van het kasteel met zijn zeldzame kleine vensters, is ongetwijfeld de oorspronkelijke donjon uit de dertiende eeuw. Men heeft hem omstreeks de vijftiende eeuw aan de noordzijde vergroot door er het gedeelte met de dichtgemetselde kantelen aan toe te voegen.

Boven op het metselwerk staat een enorme schoorsteen. Aan de zuidkant is de donjon verlengd met een korte vleugel. die in de richting van de zuidgevel loopt. Het ingangsgebouwtje en het ovaal venster dat er boven is gemaakt, dateren uit de zeventiende eeuw. De vensters lijken recenter maar vallen door hun eenvoud nauwelijks op. De ramen van de vleugel aan de donjon dateren uit de zestiende of zeventiende eeuw en hebben nog hun oorspronkelijke vensterspijlen in de vorm van een kruis. Binnen, tegenover de linkerkant van de ingang, vinden we een kleine binnenplaats via welke we de gevangenis onder de lage toren (aan de noordwestkant) kunnen bereiken. Onder de rechtervleugel vinden we, verborgen onder een eikehouten valluik. een vochtige donkere kerker.

In de grote kamer aan de noordzijde is een tegelvloer bewaard gebleven van geelkleurige porseleinen tegeltjes, gelegd in de vorm van banden. Ten slotte wijzen we nog op de bijzonder fraai gewelfde kamer op de eerste verdieping die (in het verhoogde deel) in de donjon te vinden is. De anderhalve meter dikke muur is slechts van één klein venstertje voorzien. dat uitzicht geeft op de vijver en het dorp Montzen. In het schietgat zijn twee zitplaatsen gemaakt, de verticale linkerwand is versierd met eind zeventiende-eeuws pleisterwerk. en de daartegenoverliggende wand, aan de rechterkant, evenals de gewelven en de schietgatruimte, waren geheel versierd met zestiende-eeuwse fresco's. Mensen, zoogdieren (leeuw, vos, everzwijn. haas), vogels (kraanvogel, reiger), bloemen, bladeren van een verblindende frisheid, lijsten met gotische teksten en heraldische emblemen zijn willekeurig door elkaar heen geschilderd en vormen op paradoxale wijze een harmonieuze wanorde. Helaas is van deze overvloedige schoonheid nog geen kwart overgebleven. Slechte weersomstandigheden in combinatie met slordigheid en zorgeloosheid hebben bovendien geleid tot het verval van hetgeen nog resteert.

De eerste eigenaar van Streversdorp was -in het begin van de veertiende eeuw- Goswin de Treversdorp, waaraan het kasteel zijn naam ontleent. Hij en zijn zus Elise (echtgenote van André van den Hove) verkocht het aan Kerstiaanen van den Knavel uit Aken, die het op zijn beurt in 1350 doorverkoopt. Vervolgens komt het kasteel dan in handen van Reynart de Wilde uit Aken (ongetwijfeld door aankoop), die het in 1380 in eigendom heeft. Tegen 1400 behoort het kasteel toe aan zijn schoonzoon Jacques Chabot die met zijn dochter Marie getrouwd was. Drie jaar later, in 1403, is het een zekere Gérard van Macrelaer die het kasteel via zijn vrouw (wellicht dochter van Jacques Chabot) in handen krijgt.

Het is niet bekend wie de daaropvolgende driekwart eeuw eigenaar was van Streversdorp Tegen het jaar 1475 behoort het landgoed toe aan Jean van den Horrick en vervolgens aan diens dochter Anne (of Jeanne), echtgenote van Jacques van der Heyden genoemd Belderbusch schepen van Balen, die het bezit in 1530 in handen krijgt Het kasteel gaat dan over op zijn zoon Guillaume van der Heyden gen. Belderbusch (echtgenoot van Marguerite d'lven), die het na haar nalaat aan zijn zoon Jacques, die hem in 1609 opvolgt. Door diens overlijden. komt Streversdorp toe aan zijn broer Jean van der Heyden, echtgenoot van Isabelle de Frongteau de Housse. die op haar beurt eigenaresse wordt. Door haar overlijden haar valt Streversdorp ten beurt aan haar zoon Guillaume van der Heyden die het bezit in 1659 in handen krijgt en vervolgens aan de door van laatstgenoemde, Leonard Alöys van der Heyden. Deze is vanaf 1676 eigenaar van het landgoed. In 1698 volgt zijn weduwe (geborene Marguerite J. de Bongard de Paffendorf) uit naam van haar minderjarige kinderen op als eigenaar. Een van deze kinderen, namelijk baron Vincent Philippe Antoine van der Heyden (echtgenoot van Marie Claire Eugenie de Westrem) wordt in 1722 eigenaar van het landgoed.

Hun familiewapens staan op een gevelsteen boven de ingangsdeur van de kapel. In 1771 komt het kasteel door overlijden van Vincent Ph. A. - in handen van diens zoon, baron Maximilien Guillaume van der Heyden. Een andere zoon. Gaspard Antoine, was eerste minister van het electoraat van Keulen en speelde een belangrijke rol in de politiek. Graaf Charles Leopold van der Heyden - zoon van baron Maximilien G. - erfde Streversdorp en werd in 1777 officieel eigenaar van het landgoed door een bepaling van het gerechtshof van Limbourg. Hij verkocht het landgoed in 1810 aan Arnold Antoine (de) Thiriant (+1820), echtgenoot van Marie Joseph Hubert (de) Lezaack (+1824). Na diens dood van het kasteel gedeeltelijk ten beurt aan zijn zoon Florent M.A.J. de Thiriart, die - omdat hij in 1860 als vrijgezel te Luik overlijdt - zijn hele fortuin (geschat op negen miljoen) nalaat aan zijn achterneef baron Gaston de la Rousselière-Clouard, kleinzoon van zijn zus Marie Victoire C.J. (de) Thiriart, echtgenote van baron Pierre J.F. de Floen Adlercroma.

Haar dochter Marie José trouwt met baron Amédée de la Rousselière Clouard. (vader en moeder van voornoemde baron Gaston de la Rousselière Clouard). Deze verkoopt Streversdorp in 1908 aan Charles Jeanne Dothée. Vervolgens komt Streversdorp in 1948 door overlijden van laatstgenoemde in handen van zijn weduwe en kinderen. Ten slotte verkoopt Jeanne d'Othee het kasteel in 1986 aan de eigenaar van het kasteel van Lontzen.

Uit "LES DELICES DU DUCHE DE LIMBOURG van Guy POSWICK".


Disclaimer | Copyright © 2004 S.I.3F & HB Webdesign - Last Update: 11/02/2017 19:01:10